Om de badkuip

 

 

De culturele scène is er een die mij tot op het bot boeit! Om een beetje voeling te houden met het wel en wee

van deze aan intense veranderingen onderhevige sector, ga ik enorme ladingen cultuur snuiven!

Met andere woorden: doe ik één keer per week een nieuw, gaaf, boeiend of spannend gebouw, stuk of event aan.

Zo draag ik niet alleen een vette steen bij aan de noodlijdende scène, maar kan ik tevens achterhalen

what’s hot and what’s not! In deze blog krijg je daarover geen saai “hoe was de hele ervaring voor mij persoonlijk”-

blabla- verhaal terug te lezen, maar een kei-interessante analyse van het gedrag en de gesprekken

van juist iedereen die er rondloopt behalve mijzelf. Lopen de bezoekers intens te genieten of

worden er chagrijnige blikken op horloges geworpen in de hoop dat de hele culturele ervaring snel ten einde is?

Met mijn optimaal getrainde observatie-skills, zijn al die middagen op het terras

toch nog ergens goed voor geweest, breng ik op een doordeweekse ochtend een bezoek aan het

 

Stedelijk museum

 

Op 23 september weer officieel geopend na een acht jaar durende verbouwing.

En dat is voor grote hordes bezoekers reden genoeg om een bezoek te brengen aan deze museumreus

van Amsterdam, wat voornamelijk in het weekend, maar ook bij de opening van het Stedelijk doordeweeks,

resulteert in een enorme rij voor de ingang. Na zo’n verbouwing is het toch altijd weer de vraag

wat zo’n verbouwing doet met de functionaliteit van het gebouw en of mensen hun weg in en om

het nieuwe museum weten te vinden…

 

… en dat is met name om het museum toch wat lastig.

 

Op dins- en woensdagen opent het museum om 11:00. Tot grote teleurstelling van een groep Franse studenten,

die tijdens een rondleiding door de stad al om 10:00 voor de deur van het Stedelijk beland was.

De leraar raakt binnen no-time verzeild in een verhaal over het concertgebouw en het hele zooitje gaat er bepakt met

rugzakjes weer très vite vandoor. Een viertal andere die-hards lijkt vastberaden prominent voor de ingang te blijven

staan tot de deuren opengaan. Gelukkig is het café al wel open en vanaf een uur of 10:00 loopt het hier al lekker vol.

Het interieur bestaande uit betonnen banken met rode zittingen, is binnen en buiten identiek en

wekt de illusie door te lopen via de gigantische glazen pui. Diezelfde pui geeft echter niet direct prijs waar

de ingang van dit café te vinden is en voor mij trekt een vrouw dan ook enthousiast de personeelsingang open,

die direct achter de bar uitkomt. Een vriendelijke jongen van de bediening wijst haar de goede kant op.

Bij de juiste glazen deur hangt een provisorisch opgehangen velletje papier, wel helemaal in nieuwe,

veelbesproken huisstijl, waarop aangegeven is dat dit de juiste ingang betreft. Waarschijnlijk zijn meer mensen

hier de fout in gegaan en is dit een tijdelijke oplossing voor het probleem.

 

 

Om 11:00 lijkt het alleen maar drukker te worden in het café, aangezien zich inmiddels een behoorlijke rij

gevormd heeft en veel mensen besluiten eerst een drankje te doen alvorens zij achter aansluiten.

Bij de kassa aangekomen krijgt iedereen netjes een plattegrond mee bij de aanschaf van een entreekaartje.

Hierop zijn de namen en nummers van de zalen, de verdiepingen en namen van bijbehorende vaste collecties

en praktische voorzieningen te vinden. Vandaag zijn er diverse exposities te bewonderen: de vaste collecties

in de oude bouw beneden onder andere ‘beeldende kunst van 1850 tot 1960′ en ‘vormgeving

van 1900 tot nu’ en boven ‘ jaren ’50 tot heden’. In de nieuwbouw, die 1100 vierkante meter meet,

worden wisselende tentoonstellingen getoond.  Informatie met betrekking tot de exacte locatie

van specifieke museumstukken, wordt enkel in de expositieruimtes gegeven. De op de kassa volgende

entreepoortjes werken automatisch bij de invoer van een toegangskaartje. Opnieuw is hier,

ondanks het strakke design, gebruik gemaakt van plakband om een voorbeeldtoegangskaartje

bij de ticketsleuf te bevestigen om een aanwijzing te geven hoe het kaartje in het apparaat geschoven mag

worden. Desalniettemin worstelen enkele oudere bezoekers met het systeem.

 

 

Eenmaal binnen is er meteen een wereld aan keuzes te maken. Meteen de trap op naar boven?

Of eerste een rondje beneden doen? De meeste mensen kiezen toch voor een chronologische benadering

en beginnen beneden. Hier is onder andere een zaal met diverse werken van de Cobra-stroming

te vinden. Dat betekent voor de meeste bezoekers een feest der herkenning: “Ha, Cobra!” wordt er een paar

keer in opperste blijdschap geroepen. Bij ‘vormgeving van 1900 tot nu’ zijn wat meer jongeren te vinden.

Tussen hen lopen ook wat oudere bezoekers rond, waarbij verschillende stukken een nostalgische snaar raken.

“Misschien heeft moeder zo’n glazen schaakbord ook nog wel op zolder staan?” De daaropvolgende

overpeinzing over de mogelijke waarde van zo’n schaakspel had dan weer een hoog ‘Tussen Kunst en

Kitsch’-gehalte. Iedereen lijkt in ieder geval eenmaal binnen aan de hand van de inrichting

heel gemakkelijk de flow van de collecties te kunnen volgen.

 

 

Een bezoek aan het toilet zorgt dan weer wel voor wat zoek-momenten. De deuren van de toiletten

zijn erg groot, ze rijken tot aan het plafond, en zwaar. Vooral de oudere dames hebben moeite

ze open te krijgen. Het doorspoelsysteem van het toilet lijkt een drukknop, maar wordt bij nader inzien

toch met een sensor bediend. Tot slot zijn bij de design-wastafel het zeeppompje, de eveneens

 bewegings-geactiveerde kraan en de papieren handdoekjes zo stylish weggewerkt in het design,

dat het even zoeken is voor de juiste reinigingsobjecten gevonden worden. Stiekem best een tijdrovende

exercitie zo’n toiletbezoek, maar dan heb je ook wat! Inmiddels is het weer tijd voor een volgende afspraak

en moet ik helaas zonder alle collecties en tentoonstellingen gezien te hebben het museum weer uit.

 

Kortom: Het zoeken en de drukte maken het lastig bij een relatief kort bezoek

de hele collectie te bekijken. Oplossing: er minimaal een hele dag voor uittrekken óf

gewoon nog een paar keer terugkomen. Oefening baart immers kunst!”